Spaans leren is veel meer dan alleen grammaticaregels en woordenlijsten uit je hoofd leren. Als je Spanje bezoekt of besluit hier te gaan studeren, zul je snel ontdekken dat Spanjaarden veel informele woorden en uitdrukkingen gebruiken die meestal niet in de studieboeken staan. Het kan goed zijn dat je zinnen hoort als “¡Qué guay!”, “Ese tío es muy majo” of “Este plan mola mucho” en je afvraagt wat ze nu eigenlijk betekenen.
De Spaanse jongerentaal maakt deel uit van de dagelijkse taal en als je deze kent, kun je gesprekken, series, films en zelfs sociale media beter begrijpen. Bovendien zorgt het gebruik van sommige van deze uitdrukkingen in de juiste context ervoor dat je Spaans veel natuurlijker klinkt.
In dit artikel vind je een klein woordenboek met een aantal van de meest voorkomende woorden en uitdrukkingen onder jongeren in Spanje.
Wat is jongerentaal?
Jongerentaal is een verzameling woorden en uitdrukkingen die voornamelijk door jongeren worden gebruikt in informele situaties. Veel daarvan veranderen in de loop van de tijd, terwijl andere al decennialang deel uitmaken van het alledaagse Spaans.
Het is belangrijk om te onthouden dat deze woordenschat meestal niet wordt gebruikt in formele contexten, zoals sollicitatiegesprekken, professionele vergaderingen of officiële examens. In gesprekken tussen vrienden en in de dagelijkse omgangstaal hoor je het daarentegen voortdurend.
“Tío” en “tía”: veel meer dan een familielid
Dit is waarschijnlijk een van de eerste woorden die je zult horen als je in Spanje aankomt.
Hoewel tío letterlijk de broer van je vader of moeder betekent (oom), wordt het in de omgangstaal gebruikt om naar eender wie te verwijzen.
Bijvoorbeeld:
-
“Ese tío vive en mi edificio.” (Die gast woont in mijn gebouw.)
-
“¿Has visto a esa tía?” (Heb je die meid/vrouw gezien?)
Het kan ook worden gebruikt om de aandacht van een vriend(in) te trekken.
Voorbeelden:
-
“¡Tío, tienes que ver esta película!” (Gast, je moet deze film echt zien!)
-
“¿Pero qué haces, tía?” (Maar wat doe je nu, meid?)
Het heeft niets met familie te maken en wordt voortdurend gebruikt onder jonge mensen.
“Guiri”: de buitenlandse toerist
Een van de woorden die de meeste nieuwsgierigheid opwekt bij mensen die Spaans leren, is guiri.
Deze term verwijst over het algemeen naar een buitenlandse toerist, vooral uit Noord-Europa of Engelssprekende landen, die Spanje bezoekt. Afhankelijk van de context kan het een neutraal, liefkozend of zelfs een tikkeltje spottend woord sein, maar het wordt normaal gesproken niet als een belediging beschouwd.
Bijvoorbeeld:
-
“En verano la playa está llena de guiris.” (In de zomer ligt het strand vol met toeristen.)
-
“Ese restaurante siempre está lleno de guiris.” (Dat restaurant zit altijd vol met buitenlanders.)
Veel internationale studenten noemen zichzelf uiteindelijk met een flinke dosis zelfspot ook “guiri“.
“Molar”: heel leuk of cool vinden
Als je natuurlijker wilt klinken in Spanje, is het bijna verplicht om het werkwoord molar te leren.
Molar betekent dat iets heel erg in de smaak valt of er cool uitziet.
Bijvoorbeeld:
-
“Esa canción mola muchísimo.” (Dat liedje is echt supervet / vind ik heel erg leuk.)
-
“Tu idea mola.” (Je idee is cool.)
-
“Este restaurante mola un montón.” (Dit restaurant is echt geweldig.)
Het is een van de meest gebruikte woorden in het alledaagse Spaans en kan uitdrukkingen als gustar (leuk vinden) vervangen, maar dan met een meer informele en enthousiaste nuance.
“Guay”: iets geweldigs
Een ander onmisbaar woord is guay.
Wanneer iets leuk, mooi, interessant of geweldig is, zeggen veel Spanjaarden simpelweg dat het “guay” (cool, leuk, vet) is.
Voorbeelden:
-
“La excursión estuvo muy guay.” (Het uitstapje was echt heel leuk/cool.)
-
“Tu profesor es muy guay.” (Je docent is echt heel relaxed/cool.)
-
“¡Qué guay!” (Wat vet! / Wat leuk!)
Het is een eenvoudige uitdrukking die je overal zult horen.
“Vale”: veel meer dan alleen “akkoord”
Hoewel het niet uitsluitend bij de jongerentaal hoort, is vale een onmisbaar woord in Spanje.
Het wordt gebruikt om te zeggen:
-
Akkoord.
-
Is goed / Oké.
-
Begrepen.
-
Perfect.
Voorbeelden:
-
“Nos vemos a las seis.” (We zien elkaar om zes uur.)
-
“Vale.” (Oké / Is goed.)
Studenten zijn vaak verrast door hoe vaak Spanjaarden dit woord tijdens een gesprek gebruiken.
“Flipar”: versteld staan / uit je dak gaan
Wanneer iets ongelooflijk of onverwacht is, gebruiken veel Spanjaarden het werkwoord flipar (versteld staan, flippen, uit je dak gaan).
Bijvoorbeeld:
-
“Vas a flipar cuando lo veas.” (Je zult versteld staan/flippen als je het ziet.)
-
“Flipé con ese concierto.” (Ik ging helemaal uit mijn dak bij dat concert.)
-
“Estoy flipando.” (Ik sta echt perplex / ik geloof mijn ogen niet.)
Het kan zowel een positieve als een negatieve verrassing uitdrukken.
“Currar”: werken / zwoegen
In plaats van trabajar (werken) te zeggen, gebruiken veel mensen in informele situaties het werkwoord currar (werken, zwoegen, beulen).
Voorbeelden:
-
“Hoy me toca currar.” (Vandaag moet ik weer aan de bak.)
-
“¿Dónde curras?” (Waar werk je?)
-
“Estoy currando todo el verano.” (Ik ben de hele zomer aan het werk.)
Het is een heel gebruikelijk woord onder zowel jongeren als volwassenen. (Het werk zelf wordt informeel vaak el curro genoemd).
“Pasta”: geld / poen
Als iemand zegt dat hij geen pasta heeft, heeft hij het niet over Italiaans eten.
In Spanje betekent pasta namelijk geld (poen, knaken, doekoe).
Voorbeelden:
-
“No tengo pasta para viajar este mes.” (Ik heb deze maand geen poen om te reizen.)
-
“Ahorrar pasta es difícil.” (Geld sparen is moeilijk.)
Er zijn ook andere soortgelijke woorden, zoals pelas (afgeleid van de oude peseta’s), hoewel je dat tegenwoordig minder vaak hoort.
“Majo” of “maja”: een aardig persoon
Als een Spanjaard zegt dat iemand muy majo is, is dat een compliment.
Het betekent dat die persoon aardig, vriendelijk of sympathiek is.
Voorbeelden:
-
“Tu professora es muy maja.” (Je lerares is erg aardig.)
-
“Los vecinos fueron muy majos con nosotros.” (De buren waren erg vriendelijk tegen ons.)
Het is een woord dat je vooral in het midden en noorden van Spanje veel hoort.
“Rayarse”: je te veel zorgen maken
Het werkwoord rayarse (soms ook geschreven als rallarse) betekent dat je ergens door geobsedeerd raakt, te veel over een probleem begint na te denken of jezelf gek maakt (“jezelf paranoïde maken” of “te veel piekeren”).
Voorbeelden:
-
“No te rayes.” (Maak je niet druk / Maak jezelf niet gek.)
-
“Me estoy rayando por el examen.” (Ik maak mezelf helemaal gek door dat examen.)
Het is een heel gebruikelijke uitdrukking onder jongeren en wordt vaak gebruikt als advies om je niet zo druk te maken.
“Finde”: het weekend
In plaats van fin de semana te zeggen, zeggen veel mensen simpelweg finde (net als ons “weekend”).
Bijvoorbeeld:
-
“¿Qué haces este finde?” (Wat doe je dit weekend?)
-
“Nos vemos el finde que viene.” (We zien elkaar volgend weekend.)
Het is een veelgebruikte afkorting, zowel in gesprekken als in berichten op WhatsApp.
“Estar de tranqui”
Als iemand een rustig plan voorstelt, zegt diegene misschien:
-
“Hoy estoy de tranqui.” (Vandaag doe ik lekker rustig aan / vandaag is een chilldag.)
Deze uitdrukking betekent dat de persoon wil uitrusten, ontspannen of iets eenvoudigs wil doen zonder gedoe.
“Dar palo”
Als je ergens geen zin in hebt of er te lui voor bent, zeggen veel Spanjaarden dat het da palo (dat het ze tegenstaat of dat ze er geen puf voor hebben).
Voorbeelden:
-
“Me da palo salir con este calor.” (Ik heb echt geen puf om met deze hitte naar buiten te gaan.)
-
“Me da palo estudiar hoy.” (Ik heb vandaag echt geen zin om te studeren.)
Het is het equivalent van zeggen dat iets je enorme luiheid (pereza) bezorgt.
“Petarlo”
Wanneer iets ontzettend veel succes heeft, zeggen ze dat het de pan uit rijst of de show steelt (lo está petando / het is helemaal hot).
Voorbeelden:
-
“Ese cantante lo está petando.” (Die zanger is echt helemaal hot / scoort enorm.)
-
“La nueva serie lo está petando en Netflix.” (De nieuwe serie is een megahit op Netflix.)
Het is een veelgehoorde uitdrukking op sociale media en onder jongeren.
Is het aan te raden om deze woorden te gebruiken?
Ja, maar met mate.
Studenten die Spaans leren willen deze uitdrukkingen vaak snel in hun eigen vocabulaire opnemen, en dat is alleen maar positief. Het is echter belangrijk om ze uitsluitend in informele contexten te gebruiken en pas nadat je hebt gehoord hoe moedertaalsprekers ze gebruiken.
In een gesprek met vrienden of klasgenoten kunnen ze volkomen natuurlijk klinken, terwijl je bij een sollicitatiegesprek of een zakelijke bijeenkomst beter kunt kiezen voor een formelere toon.
Bovendien moet je er rekening mee houden dat sommige uitdrukkingen per regio verschillen. Spanje heeft een enorme taalrijkdom en het kan zijn dat je in Madrid, Sevilla, Valencia, Bilbao of Barcelona weer heel andere woorden hoort.
Leer Spaans zoals de Spanjaarden het spreken
Het beheersen van de grammatica is essentieel, maar het begrijpen van de omgangstaal is wat er echt voor zorgt dat je je thuis voelt wanneer je in Spanje woont of reist.
Luisteren naar echte gesprekken, Spaanse series kijken, praten met locals en studeren aan een Spaanse taalschool zijn een paar van de beste manieren om vertrouwd te raken met dit soort woorden.
De volgende keer dat iemand tegen je zegt: “Tío, ese plan mola un montón. ¿Te vienes?” (Gast, dat plan is echt supervet. Kom je mee?), weet je precies wat het betekent… en misschien antwoord je wel met een heel natuurlijk “¡Vale, qué guay!“ (Oké, wat vet!).




